
Balans per 31 december 2025
| 31 december 2025 | 31 december 2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ACTIVA | |||||||
| Vlottende activa | |||||||
| Vorderingen | |||||||
| Debiteuren rechten | 7 | 12 | |||||
| Omzetbelasting | 977 | a | 902 | ||||
| Overige vorderingen | 66 | b | 48 | ||||
| Overlopende activa | 3 | 2 | |||||
| 1.053 | 964 | ||||||
| Liquide middelen | 2.840 | c | 2.469 | ||||
| Totaal activa | 3.893 | 3.433 | |||||
| PASSIVA | |||||||
| Eigen vermogen | |||||||
| Algemene reserve | 1.860 | d | 1.698 | ||||
| Te verdelen rechten | 1.921 | e | 1.605 | ||||
| Kortlopende schulden | |||||||
| Crediteuren | 86 | f | 111 | ||||
| Overige schulden | 26 | 19 | |||||
| 112 | 130 | ||||||
| Totaal passiva | 3.893 | 3.433 | |||||
Exploitatierekening over 2025
(bedragen x € 1.000)
| Exploitatie 2025 | Begroting 2025 | Exploitatie 2024 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Baten | |||||
| Administratievergoeding | 1.016 | 1.031 | 922 | ||
| Totaal baten | 1.016 | g | 1.031 | 922 | |
| Lasten | |||||
| Kosten Cedar | 703 | h | 834 | 738 | |
| Kosten bestuur en toezicht | 32 | i | 33 | 30 | |
| Advieskosten | 48 | j | 28 | 20 | |
| Contributies en bijdragen | 48 | k | 50 | 47 | |
| Overige bedrijfslasten | 117 | l | 104 | 76 | |
| Totaal lasten | 948 | 1.049 | 911 | ||
| Resultaat uit bedrijfsoperaties | 68 | -18 | 11 | ||
| Financieel resultaat | 94 | m | 75 | 177 | |
| Resultaat | 162 | 57 | 188 | ||
| Resultaatbestemming | |||||
| Mutatie algemene reserve | 162 | 57 | 188 | ||
| 162 | 57 | 188 |
Kasstroomoverzicht over 2025
| 2025 | 2024 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Kasstroom uit te verdelen rechten | |||||
| Rechtenopbrengsten | 11.705 | 11.199 | |||
| Repartitie | -11.410 | -11.363 | |||
| Veranderingen in werkkapitaal: | |||||
| Afname debiteuren rechten | 5 | 2 | |||
| Toename repartitiecrediteuren | -17 | 14 | |||
| Overige mutaties | 21 | 500 | |||
| 304 | 352 | ||||
| Kasstroom uit bedrijfsvoering | |||||
| Saldo van baten en lasten | 68 | 12 | |||
| Veranderingen in werkkapitaal: | |||||
| Afname vorderingen | -76 | 80 | |||
| Toename schulden | -1 | -33 | |||
| -9 | 59 | ||||
| 295 | 411 | ||||
| Ontvangen interest | 76 | 140 | |||
| 371 | 551 | ||||
| Onttrekking eigen vermogen | 0 | -500 | |||
| 0 | -500 | ||||
| Netto kasstroom | 371 | 51 | |||
| Liquide middelen 1 januari | 2.469 | 2.418 | |||
| Liquide middelen 31 december | 2.840 | 2.469 | |||
| Mutatie liquide middelen boekjaar | 371 | 51 | |||
Toelichtingen op de jaarrekening
Algemene grondslagen
Stichting Uitgeversorganisatie voor Onderwijslicenties (Stichting UvO, KvK 73576069), is opgericht op 1 januari 2019. De stichting is statutair gevestigd in Amsterdam en kantoorhoudend in Hoofddorp aan de Polarisavenue 81.
De stichting stelt zich ten doel de belangen van uitgevers, en de door hun vertegenwoordigde auteurs op het gebied van collectieve exploitatie van auteursrechten, te behartigen.
Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar. Alle bedragen in het jaarverslag luiden in duizenden euro's tenzij anders vermeld. Voor de leesbaarheid wordt in de toelichtingen veelal gebruik gemaakt van het betreffende jaartal waar de stand per balansdatum bedoeld wordt en worden bedragen afgerond weergegeven. In de balans en de exploitatierekening zijn verwijzingen opgenomen naar de toelichtingen op de betreffende posten. Bij het opstellen van de jaarrekening dient het Bestuur overeenkomstig algemeen geldende grondslagen bepaalde schattingen en veronderstellingen te doen die medebepalend zijn voor de opgenomen bedragen. De feitelijke resultaten kunnen van deze schattingen afwijken.
Algemene grondslagen voor de waardering
De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met titel 9 BW 2, zoals opgenomen in de Wet Toezicht artikel 2q lid 3 van de Wet Toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten (hierna ‘Wet Toezicht’) en de bepalingen van en krachtens de Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) voor zover van toepassing op basis van artikel 25a van de Wet Toezicht.
- De waarderingsgrondslagen zijn gebaseerd op de historische kosten en kostprijzen. Activa en passiva (met uitzondering van het eigen vermogen) worden tenzij anders aangeven gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de reële waarde bij eerste verwerkingen. Bij volgende verwerkingen worden activa en passiva gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs of de actuele waarde indien deze lager is.
- Continuïteit: De in de jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de continuïteit van de stichting.
Vergelijking met het voorgaand boekjaar: De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar.
Grondslagen voor de waardering van activa en passiva
- Vorderingen: Vorderingen worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de reële waarde bij eerste verwerkingen. Bij volgende verwerkingen worden vorderingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. De impact van deze vervolgwaardering is ingeschat als nihil. De voorziening voor oninbaarheid voor vorderingen uit hoofde van de exploitatie van auteursrechten wordt gevormd ten laste van de te verdelen rechten. Aan gebruikers gefactureerde rechtenopbrengsten worden pas gereparteerd aan rechthebbenden nadat deze daadwerkelijk geïncasseerd zijn. De vorderingen hebben een resterende looptijd korter dan één jaar.
- Liquide middelen: De liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde en bestaan uit banktegoeden met een looptijd korter dan twaalf maanden.
- Eigen vermogen: De algemene reserve van de stichting bestaat uit het cumulatief opgebouwde saldo van baten en lasten, waarbij de baten zijn opgebouwd uit de inhoudingen op uitkeringen aan de rechthebbenden. De algemene reserve dient uitsluitend ter borging van de continuïteit van de stichting, waardoor de rechthebbenden gezien kunnen worden als belanghebbenden bij een eventueel overschot in de algemene reserve.
De statuten van de stichting en de op de stichting van toepassing zijnde verslaggevingsrichtlijnen bieden in principe geen mogelijkheid om een vermogensoverschot rechtstreeks uit te keren aan de (kring van) belanghebbenden. Verantwoording op de voorgeschreven wijze via de exploitatierekening kan een substantiële invloed hebben op de presentatie van baten en lasten in het betreffende boekjaar. De stichting kiest ervoor om extra bijdragen uit een eventueel overschot in de algemene reserve welke toekomen aan de rechthebbenden op grond van een bestuursbesluit niet via de exploitatierekening van het boekjaar te verwerken maar op een vergelijkbare wijze te verwerken als uitkeringen aan belanghebbenden bij andere rechtspersoonsvormen, namelijk door de vermindering van de algemene reserve rechtstreeks naar de post te verdelen rechten te verwerken.
- Nog te verdelen rechten: De te verantwoorden gelden uit hoofde van de exploitatie van auteursrechten worden niet in de exploitatierekening opgenomen, maar worden opgenomen als een verplichting aan de rechthebbenden. De nog te verdelen rechten worden in de balans verantwoord als er sprake is van een rechtens afdwingbare vordering die op betrouwbare wijze is vast te stellen en waarvan het waarschijnlijk is dat deze zal worden ontvangen. De doorbetalingsverplichting heeft in principe een kortlopend karakter waarbij alle ontvangen bedragen conform de Wet toezicht binnen negen maanden na afloop van het boekjaar beschikbaar worden gesteld aan de rechthebbenden, tenzij objectieve redenen de stichting ervan weerhouden deze termijn na te leven. Hierbij geldt conform de Wet toezicht een termijn van drie jaar, waarna voor een periode van maximaal twee jaar nog een reserve voor naclaims kan worden aangehouden.
- Kortlopende schulden: De kortlopende schulden hebben overwegend een verwachte looptijd van maximaal één jaar. De schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De geamortiseerde kostprijs is gelijk aan de nominale waarde.
Grondslagen voor de bepaling van het resultaat
Baten en lasten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben. Baten worden verantwoord wanneer de dienstverlening ten aanzien van de auteursrechtelijke vergoedingen betrouwbaar kan worden vastgesteld.
- Administratievergoedingen: Gezien de aard van de werkzaamheden van Stichting UvO is het niet mogelijk om de administratievergoeding te realiseren naar rato van de voor de verdeling te verrichten werkzaamheden. Aangezien de door rechthebbenden verschuldigde administratievergoedingen voor verrichte werkzaamheden worden ingehouden op de repartitie is het moment van repartitie tevens het moment waarop deze als baten worden gerealiseerd.
- Bedrijfslasten: De bedrijfslasten bestaan uit de aan het verslagjaar toe te rekenen kosten. De kosten Cedar betreffen het aandeel van Stichting UvO in de kosten van directe personele inzet, algemene kosten, huisvestings- en automatiseringskosten van Cedar B.V.
- Financieel resultaat: Het financieel resultaat wordt verantwoord in de periode waartoe het behoort en bestaat uit het saldo van rentebaten en -lasten.
Grondslagen voor het kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen. In het kasstroomoverzicht is geen btw opgenomen buiten de mutatie in de betreffende balanspositie. Voor het inzicht voor de gebruiker wordt in afwijking van het gebruikelijke model gekozen voor een specifieke presentatie van de kasstromen uit de te verdelen rechten. Derhalve is de operationele kasstroom uitgesplitst naar de eigen bedrijfsvoering en de te verdelen rechten.
Verbonden partijen
Cedar B.V. kan worden aangemerkt als verbonden partij, aangezien Stichting UvO is vertegenwoordigd in het bestuur van Stichting Cedar. Stichting Cedar bezit 100% van de aandelen in Cedar B.V. Op basis van de afgesloten dienstverleningsovereenkomst worden de operationele activiteiten en bestuurlijke ondersteuning uitgevoerd door of middels Cedar B.V. De hiervoor door Cedar B.V. gemaakte kosten worden doorbelast. Daarnaast beschouwen wij de bestuursleden van Stichting UvO als verbonden partijen.
Toelichtingen op de balans
a. Omzetbelasting
(bedragen x € 1.000)
| 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|
| Omzetbelasting | 977 | 902 | |
| 977 | 902 |
Deze post betreft de reguliere aangifte omzetbelasting over het vierde kwartaal.
b. Overige vorderingen
(bedragen x € 1.000)
| 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|
| Te ontvangen rente | 66 | 48 | |
| 66 | 48 |
De te ontvangen rente betreft op balansdatum nog te ontvangen rente op spaartegoeden.
De overige vorderingen hebben een resterende looptijd kleiner dan één jaar.
c. Liquide middelen
(bedragen x € 1.000)
| 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|
| Bankrekeningen | 3 | 6 | |
| Spaarrekeningen | 2.837 | 2.463 | |
| 2.840 | 2.469 |
De liquide middelen staan ter vrije beschikking van de stichting.
d. Algemene reserve
(bedragen x € 1.000)
| 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 1.698 | 2.009 | |
| Mutatie vanuit resultaatbestemming | 162 | 189 | |
| Mutatie naar te verdelen rechten | 0 | -500 | |
| Stand per 31 december | 1.860 | 1.698 |
De algemene reserve heeft als doel de continuïteit van de uitvoering van de werkzaamheden van de stichting te waarborgen. Het streven is een continuïteitsreserve ter hoogte van minimaal de exploitatiekosten van het voorgaande boekjaar, rekening houdend met de nog in te houden administratievergoeding bij uitkering van de nog te verdelen rechten.
In de statuten van Stichting UvO is geen resultaatbestemming opgenomen. De bestemming van het resultaat heeft bij bestuursbesluit plaatsgevonden. De bestemming van het resultaat is verwerkt in de jaarrekening.
Het positieve resultaat ad € 162.331 (2024: € 189.930) wordt ten gunste van de algemene reserve gebracht.
e. Nog te verdelen rechten
(bedragen x € 1.000)
| 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 1.605 | 1.269 | |
| Rechtenopbrengsten 1) | 11.705 | 11.199 | |
| Overige mutaties 2) | 21 | 500 | |
| Repartitie 3) | -11.410 | -11.363 | |
| Stand per 31 december 4) 5) | 1.921 | 1.605 | |
| Rechtenopbrengsten | |||
| Afkoopsommen | 11.542 | 10.998 | |
| Naheffingen | 0 | 0 | |
| Titelspecifieke readergelden | 163 | 201 | |
| 11.705 | 11.199 | ||
| Overige mutaties | |||
| Afkoopsommen | 94 | 500 | |
| Naheffingen | -72 | 0 | |
| Titelspecifieke readergelden | -1 | 0 | |
| 21 | 500 | ||
| Repartitie | |||
| Afkoopsommen | -11.202 | -11.125 | |
| Naheffingen | 0 | -4 | |
| Titelspecifieke readergelden | -208 | -234 | |
| -11.410 | -11.363 | ||
| Opbouw te verdelen rechten | |||
| Afkoopsommen | 1.808 | 1.374 | |
| Naheffingen | 0 | 73 | |
| Titelspecifieke readergelden | 113 | 158 | |
| 1.921 | 1.605 | ||
| Opbouw te verdelen rechten naar jaarlaag | |||
| 2021 en ouder | 0 | 70 | |
| 2022 | 0 | 519 | |
| 2023 | 410 | 416 | |
| 2024 | 452 | 600 | |
| 2025 | 1.059 | 0 | |
| 1.921 | 1.605 |
De te verdelen rechten hebben in principe een kortlopend karakter waarbij alle ontvangen bedragen conform de Wet toezicht binnen zes maanden na ontvangst of binnen negen maanden na afloop van het boekjaar beschikbaar worden gesteld aan de rechthebbenden, tenzij objectieve redenen de stichting ervan weerhouden deze termijn na te leven. Hierbij geldt conform de Wet toezicht een termijn van drie jaar, waarna voor een periode van maximaal twee jaar nog een reserve voor naclaims kan worden aangehouden. Hierdoor heeft de post deels een langlopend karakter.
f. Crediteuren
(bedragen x € 1.000)
| 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|
| Handelscrediteuren | 74 | 82 | |
| Repartitiecrediteuren | 12 | 29 | |
| 86 | 111 |
In de handelscrediteuren is een schuld van € 73.829 aan Cedar en van € 0 aan bestuursleden opgenomen.
Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen
Op basis van de dienstverleningsovereenkomst met Cedar B.V. heeft Stichting UvO de verplichting om bij beëindiging van deze overeenkomst een vergoeding te betalen voor haar aandeel in de langlopende verplichtingen van Cedar B.V, alsmede een vergoeding voor de kosten die Cedar B.V. zou moeten maken voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomsten van de direct ten behoeve van de stichting werkzame medewerkers. De verplichting ultimo 2025 is conform de in de dienstverleningsovereenkomst tussen Cedar B.V. en Stichting UvO vastgestelde berekeningswijze vastgesteld op € 227.213 (2024: € 286.729).
Toelichtingen op de exploitatierekening
g. Baten
(bedragen x € 1.000)
| Exploitatie 2025 | Begroting 2025 | Exploitatie 2024 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Administratievergoeding | 1.016 | 1.031 | 922 | ||
| 1.016 | 1.031 | 922 |
De inhoudingpercentages voor de administratievergoeding van Stichting UvO worden jaarlijks gelijktijdig met de begroting vastgesteld door het bestuur. Voor 2025 is het inhoudingspercentage vastgesteld op 9,0% (2024: 9,5% ).
h. Kosten Cedar
(bedragen x € 1.000)
| Exploitatie 2025 | Begroting 2025 | Exploitatie 2024 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Personele inzet Cedar | 455 | 586 | 490 | ||
| Algemene kosten Cedar | 98 | 98 | 105 | ||
| Huisvesting Cedar | 48 | 48 | 50 | ||
| Automatisering Cedar | 102 | 102 | 93 | ||
| 703 | 834 | 738 |
Alle personele inzet wordt ingezet via Cedar B.V. Gemiddeld bedroeg de van Cedar ingehuurde personele inzet 4,8 FTE (2024: 5,3 FTE). De personele kosten zijn lager dan begroot door een lager dan verwachte personele inzet gedurende het boekjaar en een van Cedar ontvangen creditfactuur.
i. Kosten bestuur en toezicht
(bedragen x € 1.000)
| Exploitatie 2025 | Begroting 2025 | Exploitatie 2024 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Vacatievergoedingen | 15 | 15 | 15 | ||
| Overige bestuurskosten | 3 | 3 | 2 | ||
| Kosten CvTA | 14 | 15 | 13 | ||
| 32 | 33 | 30 |
De kosten van het College van Toezicht Auteursrechten (CvTA) worden voor 50% doorbelast aan de onder toezicht staande cbo's.
j. Advieskosten
(bedragen x € 1.000)
| Exploitatie 2025 | Begroting 2025 | Exploitatie 2024 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Juridisch advies | 33 | 13 | 5 | ||
| Managementfee | 15 | 15 | 15 | ||
| 48 | 28 | 20 |
De kosten voor juridisch advies zijn hoger dan begroot door ondersteuning bij contractonderhandelingen.
k. Contributies en bijdragen
(bedragen x € 1.000)
| Exploitatie 2025 | Begroting 2025 | Exploitatie 2024 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Contributies en bijdragen | 17 | 50 | 17 | ||
| Bijdrage BREIN | 31 | 0 | 30 | ||
| 48 | 50 | 47 |
l. Overige bedrijfslasten
(bedragen x € 1.000)
| Exploitatie 2025 | Begroting 2025 | Exploitatie 2024 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Automatiseringskosten | 35 | 30 | 22 | ||
| Accountantskosten | 37 | 39 | 36 | ||
| Overige bedrijfslasten | 45 | 35 | 18 | ||
| 117 | 104 | 76 |
De accountantskosten betreffen de kosten van onderzoek van de jaarrekening door Flynth Audit B.V.
De stijging bij de overige bedrijfslasten betreffen kosten voor marktonderzoek.
m. Financieel resultaat
(bedragen x € 1.000)
| Exploitatie 2025 | Begroting 2025 | Exploitatie 2024 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Rentebaten | 94 | 75 | 177 | ||
| 94 | 75 | 177 |
De hoger dan begrote rentebaten worden veroorzaakt door een geringere daling van de rente dan eerder verwacht.
WNT-verantwoording
Op grond van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten valt Stichting UvO onder de Wet Normering Topinkomens (‘WNT’). Het voor 2025 toepasselijke bezoldigingsmaximum bedraagt € 246.000 (2024: € 233.000). De bezoldiging van alle topfunctionarissen ligt onder het individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum. De directeur van Stichting UvO is in loondienst van Cedar B.V. en wordt op basis van een functietarief doorbelast.
Op grond van het Beleidskader “Toezicht Collectief Beheer 2017”, nader uitgewerkt in het rapport “Toezicht op Collectief Beheer Auteurs- en naburige rechten 2017”, hoeft voor de bestuursleden geen urenadministratie te worden bijgehouden en is de berekening van de parttimefactor achterwege gebleven indien hun bezoldiging onder het bezoldigingsmaximum van art. 2.2 WNT ligt. Als individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum van de voorzitter en de overige bestuursleden is dan ook 15% respectievelijk 10% opgenomen van het voor UvO toepasselijke bezoldigingsmaximum.
| bedragen x € 1 | Dhr. B. Pijnacker | Dhr. S. Bruinsma | ||
| Functiegegevens | Directeur | Voorzitter | ||
| Kalenderjaar | 2025 | 2024 | 2025 | 2024 |
| Periode functievervulling | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 |
| Omvang dienstverband (in fte) | 0,550 | 0,550 | - | - |
| Dienstbetrekking | Nee | Nee | Nee | Nee |
| Beloning | ||||
| Beloningen betaalbaar op termijn | ||||
| Bezoldiging | 102.845 | 96.536 | 15.000 | 15.000 |
| Individueel bezoldigingsmaximum | 135.300 | 128.150 | 36.900 | 34.950 |
| Bestuursleden met bezoldiging < € 2.100 | |
|---|---|
| Dhr. B. Aleva | Bestuurslid |
| Mw. M.C. Benjamins | Bestuurslid |
| Dhr. A.C. de Klerk | Bestuurslid |
| Mw. I. Lip | Bestuurslid |
| Mw. E. Smit | Bestuurslid |
Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.
Gebeurtenissen na balansdatum
Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum welke toelichting in de jaarrekening behoeven.
Ondertekening jaarrekening
| Vastgesteld in Hoofddorp op 11 juni 2026, | |
| Dhr. S. Bruinsma | Voorzitter |
| Dhr. B. Aleva | Bestuurslid |
| Mw. M.C. Benjamins | Bestuurslid |
| Dhr. A.C. de Klerk | Bestuurslid |
| Mw. I. Lip | Bestuurslid |
| Mw. E. Smit | Bestuurslid |