CEDAR in 2023
3.1 CEDAR in 2023
Rechtenopbrengsten
Ontwikkeling rechtenopbrengst
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Ontwikkeling rechtenopbrengst | |
|---|---|
| 2019 | 0 |
| 2020 | 0 |
| 2021 | 0 |
| 2022 | 0 |
| 2023 | 0 |
Rechtenopbrengst per categorie
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Rechtenopbrengst per categorie | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Eindtotaal | 0 | 0 |
| 0 | 0 | 0 |
| 0 | 0 | 0 |
| 0 | 0 | 0 |
| 0 | 0 | 0 |
| 0 | 0 | 0 |
Lira’s incasso was in 2023 met 31,9 miljoen iets hoger dan in 2022. Bij een vergelijking van de verschillende incassostromen in 2023 met die van 2022, springt met name de relatief hogere thuiskopie-incasso in het oog. Deze toename hangt vooral samen met een eenmalige betaling van aangehouden thuiskopiereserves over de jaren 2019 en 2020.
Voorts laat de leenrechtincasso een lichte daling zien ten opzichte van het jaar ervoor. Dit beeld wordt echter sterk vertekend, omdat in 2022 eenmalige betalingen werden gedaan ter compensatie over meerdere jaren in het verleden voor zowel Belgisch leenrecht als voor niet afgedragen leenrechtvergoedingen voor de Bibliotheek op School (dBos) en schoolbibliotheken. Ook in 2023 ontving en verdeelde Lira vergoedingen die Stichting Leenrecht van het Ministerie van OCW ontving voor uitleningen op scholen. Voor de toekomst wordt in opdracht van OCW periodiek een representatieve steekproef gedaan naar de uitleningen op scholen, op basis waarvan vergoedingen aan Stichting Leenrecht zullen worden betaald. Daarnaast ligt een wetswijziging in het verschiet.
De incasso voor BMS/EMS en voor e-lending is redelijk stabiel. Voor BMS (kabel) trof Lira samen met Stichting VEVAM en Stichting Norma een schikking na een juridische procedure tegen een tv-distributeur. Op grond hiervan ontving Lira vergoedingen voor uitzendingen in de periode van februari 2017 tot en met december 2020. Voor EMS (VOD) is in de afgelopen jaren steeds slechts een zeer laag incassoniveau behaald, omdat het huidige model van vrijwillig collectief beheer (VCB-model) in de praktijk niet leidt tot een verwacht resultaat qua incasso van vergoedingen voor de filmmakers. In de afgelopen jaren is Lira’s incasso voor VOD (in tegenstelling tot de omzetten van de VOD-aanbieders) dan ook sterk gedaald. Lira heeft wegens uitblijvende incasso in 2023 geen VOD-verdeling uitgevoerd. Wel ontving Lira in 2023 nog nabetalingen en opgaven van enkele VOD-distributeurs over de periode 2019-2022, die in 2024 in verdeling zullen worden genomen.
Repartitie
Ontwikkeling repartitie
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Repartitie | |
|---|---|
| 2019 | 0 |
| 2020 | 0 |
| 2021 | 0 |
| 2022 | 0 |
| 2023 | 0 |
Repartitie per rechtencategorie
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Repartitie per rechtencategorie | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Eindtotaal | 0 | 0 |
| 0 | 0 | 0 |
| 0 | 0 | 0 |
| 0 | 0 | 0 |
| 0 | 0 | 0 |
| 0 | 0 | 0 |
In 2023 reparteerde Lira bijna 30 miljoen euro, een daling ten opzichte van het gereparteerde recordbedrag van 35 miljoen in het voorgaande jaar 2022. Alleen de thuiskopie- en de e-lending-verdelingen waren (iets) hoger dan het voorgaande jaar.
Voor wat betreft de lagere verdelingen voor reprorecht en leenrecht, werd het beeld over 2022 vertekend wegens de uitzonderlijke hoge repartities door de uitkering van hoge reserves (reprorecht) en hoge eenmalige uitkeringen voor dBos en vergoedingen uit België (leenrecht). Iets soortgelijks geldt voor de audiovisuele repartitie: de BMS (kabel) repartitie was in 2022 extra hoog wegens het in verdeling brengen van nagekomen betalingen over eerdere jaren. Voor EMS (VOD) heeft Lira in 2023 alleen over oudere jaren geïncasseerd en nog niet gereparteerd. Het model dat in 2015 via een Convenant is vastgelegd met de Nederlandse omroepen, producenten en distributeurs, verenigd in RODAP, leidt helaas in de praktijk slechts tot een zeer beperkte incasso. Ook werden er vrijwel geen gegevens omtrent het on-demand gebruik van filmwerken door de VOD aanbieders aangeleverd.
In 2023 heeft Stichting Lira wederom dBos gelden ontvangen van Stichting Leenrecht, op grond van een overeenkomst tussen De Staat der Nederlanden en Stichting Leenrecht. Deze overeenkomst is bedoeld om de effecten te compenseren van een geïntensiveerde samenwerking tussen onderwijsinstellingen en bibliotheken, waarbij delen van de collecties van de openbare bibliotheken zijn verschoven naar de onderwijsinstellingen, die zijn vrijgesteld van de betaalplicht van leenrecht. Net als in 2022, heeft Lira de dBos-vergoedingen verdeeld onder kinder- en jeugdboekenauteurs, op basis van een NUR-code selectie. Op de van Stichting Leenrecht ontvangen € 948.107 zijn de reguliere inhoudingen toegepast: 7,5% is ingehouden voor sociaal-culturele doeleinden. De resterende € 876.999 is onder inhouding van 8% administratievergoeding uitgekeerd aan 2.601 rechthebbenden, waarbij een ondergrens is gehanteerd van 5 euro. Er zijn geen reserveringen aangehouden. Een restbedrag van € 457 kon nog niet uitgekeerd worden aan een zestal rechthebbenden.
Te verdelen rechten
Ontwikkeling te verdelen rechten
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Ontwikkeling te verdelen rechten | |
|---|---|
| 2019 | 0 |
| 2020 | 0 |
| 2021 | 0 |
| 2022 | 0 |
| 2023 | 0 |
Te verdelen per rechtencategorie
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Te verdelen per rechtencategorie | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Eindtotaal | 0 | 0 |
| 0 | 0 | 0 |
| 0 | 0 | 0 |
| 0 | 0 | 0 |
| 0 | 0 | 0 |
| 0 | 0 | 0 |
Te verdelen per tijdvak
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Opbouw te verdelen rechten naar jaarlaag | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| 2019 en ouder | 0 | 0 |
| 2020 | 0 | 0 |
| 2021 | 0 | 0 |
| 2022 | 0 | 0 |
| 2023 | 0 | 0 |
Lira streeft naar een optimaal snelle, rechtvaardige en efficiënte uitkering van alle incassostromen, uiteraard met inachtneming van de geldende wettelijke termijnen. Lira hanteert conform haar repartitiereglementen een maximum van 10% van de oorspronkelijke incasso als reservering voor claims over het vierde en vijfde jaar na incasso, op grond van de termijnen in het Burgerlijk Wetboek.
De afgelopen jaren heeft Lira hard gewerkt om te zorgen dat de beschikbare nog te verdelen rechten afnamen. Waar in 2022 het niveau van de nog liggende gelden fors daalde (mede dankzij verschillende eenmalige uitkeringen en afsluitende repartities) was dat in 2023 niet het geval, met name door een laat in het jaar ontvangen betaling van thuiskopiegelden over 2019 en 2020. Waar eerder nog relatief hoge reserves werden aangehouden voor reprorecht in verband met de stelselwijziging voor de categorieën vak, wetenschap en educatief, is dat inmiddels niet meer in die mate noodzakelijk na de integratie van die verdeling in Lira’s repartitieschema.
Baten en lasten
De lasten van Lira bedroegen in 2023 2,1 miljoen, een stijging ten opzichte van de 1,9 miljoen in 2022. De lasten zijn voor een belangrijk deel onafhankelijk van de omvang van de geldstromen die Lira incasseert en verdeelt. Wanneer nieuwe incassostromen structureel deel gaan uitmaken van Lira’s uitvoering, stijgen de extra kosten die samenhangen met die verdelingen in absolute zin.
In Lira’s lasten is ook de bijdrage opgenomen die op basis van afspraken met branchevereniging VOI©E aan piraterijbestrijding door BREIN wordt besteed.
Vanaf 2021 zijn Lira’s lasten voorts structureel verhoogd, omdat de kosten van de externe toezichthouder (het CvTA) vanaf dat jaar voor de helft aan de gezamenlijke CBO’s (en dus ook aan Lira) worden toegerekend. De andere helft wordt door de overheid betaald.
Lira realiseert haar baten bij repartitie en deze zijn daardoor veel beweeglijker dan de lasten. Door de hoge repartitie in 2023 waren de baten ook hoog. Lira zal er altijd naar streven om de kosten (en dus de inhoudingen ter dekking daarvan) zo laag mogelijk te houden, wij zijn tenslotte een stichting zonder winstoogmerk die zich geheel ten dienste stelt van de schrijvers, vertalers en journalisten voor wie wij vergoedingen incasseren.
Het exploitatieresultaat is met een half miljoen euro veel hoger dan het bewust begrote tekort. Het Statuut Middelenbeheer van Lira heeft als uitgangspunt dat Lira beschikt over substantiële bedragen, die primair bedoeld zijn voor rechthebbenden en waarvoor Lira een goed huisvader moet zijn. Een prudent middelenbeheer en minimalisering van risico’s is daarbij het uitgangspunt. Lira neemt daarom geen risico’s op de beleggingsmarkt en had in 2023 geen beleggingsportefeuille. Het positieve financiële resultaat is te danken aan de gestegen marktrente op spaartegoeden en deposito’s.
In 2023 heeft het bestuur van Stichting Lira besluiten genomen om het eigen vermogen van de stichting substantieel te verlagen tot het voor de continuïteit van de stichting gewenste niveau van ongeveer anderhalf maal de lasten van het voorgaande boekjaar. Dit besluit omvat een extra bijdrage van € 625.000 per jaar in zowel 2023 als 2024 aan Stichting Lira Fonds en een tijdelijke verlaging van de in te houden administratievergoedingen tot 4% voor 2024 en 2025.